bloeddrukmeter

Direct na de bevalling maakt je lichaam een van de grootste hormonale omslagen van je leven. De meeste klachten in het kraambed horen daarbij en trekken vanzelf weer weg. Maar voel je je maanden later nog steeds moe, val je veel haar uit of blijf je somber, dan kan daar soms een oorzaak achter zitten die je kunt laten nakijken.

Dit is geen lijst om ongerust van te worden. Het is bedoeld om je te helpen het verschil te voelen tussen “dit hoort erbij” en “hier wil ik iets mee”.

Wat er vlak na de bevalling met je hormonen gebeurt

Tijdens de zwangerschap zijn je oestrogeen en progesteron torenhoog. Zodra de placenta is geboren, vallen die twee binnen een paar dagen bijna terug naar je waarden van voor de zwangerschap. Zo’n snelle daling voelt niemand als niks.

Tegelijk stijgt je prolactine, het hormoon dat de melkproductie op gang brengt. Bij het voeden komt er oxytocine vrij, dat de melktoeschieting en de binding met je baby stuurt. Je lijf schakelt in korte tijd over van “zwanger houden” naar “voeden en herstellen”.

Die eerste weken van huilbuien, wisselende stemming en gebroken nachten noemen we de kraamtranen of baby blues. Bij de meeste vrouwen zakt dit binnen twee weken. Duurt het langer of wordt het zwaarder, bespreek het dan met je verloskundige, kraamverzorgende of huisarts.

Waarom je haar uitvalt rond drie tot vier maanden

Veel vrouwen schrikken van de bosjes haar in de borstel, vaak zo’n drie tot vier maanden na de bevalling. Dit heet postpartum haaruitval.

De verklaring is geruststellend. Door de hoge oestrogeenspiegels tijdens de zwangerschap viel er tijdelijk bijna geen haar uit, waardoor je haar voller aanvoelde. Na de daling van oestrogeen komt die achterstand er in een keer uit. Meestal herstelt dit vanzelf binnen zes tot twaalf maanden.

Blijft de haaruitval extreem of gaat het gepaard met andere klachten, dan is het soms zinvol om je ferritine (je ijzervoorraad) en je schildklier te laten nakijken, omdat die twee ook haaruitval kunnen geven.

Kraamvermoeidheid, of toch iets anders?

Moe zijn met een pasgeborene is logisch. Toch is niet elke uitputting “gewoon” slaaptekort.

Bij de bevalling verlies je bloed, soms meer dan je denkt. Daardoor komt bloedarmoede na de bevalling veel voor. In onderzoek onder gezonde vrouwen na een normale bevalling had ongeveer een op de vijf tot een op de vier een te laag hemoglobine in de eerste week (Milman, 2011). Een laag ijzer en een laag Hb kunnen langdurige moeheid, kortademigheid en een sombere stemming geven.

Hieronder een overzichtje dat kan helpen om je klacht te plaatsen. Het is geen diagnose, maar een hulpmiddel voor het gesprek met je huisarts.

Klacht na de bevallingMogelijke oorzaak in bloed of hormonenWat je (met je huisarts) kunt laten nakijken
Aanhoudende, extreme moeheidIJzertekort of bloedarmoede na bloedverlies, trage schildklierFerritine, Hb, TSH en vrije T4
Veel haaruitval rond 3 tot 4 maandenDaling van oestrogeen, soms ijzertekort of schildklierFerritine, TSH
Hartkloppingen, gejaagdheid, afvallenSchildklier die tijdelijk te snel werktTSH, vrije T4
Somber, prikkelbaar, slecht kunnen concentrerenKan bij baby blues of een postnatale depressie horen, soms speelt de schildklier meeOverleg met je huisarts, eventueel TSH
Cyclus blijft lang weg tijdens borstvoedingVerhoogd prolactine (meestal normaal bij voeden)Meestal geen test nodig

De schildklier na de bevalling wordt vaak over het hoofd gezien

Een klacht die regelmatig wordt aangezien voor “gewoon de kraamtijd” is een ontregelde schildklier. Bij ongeveer 5 procent van de vrouwen ontstaat in het eerste jaar na de bevalling een postpartum thyreoiditis, een tijdelijke ontsteking van de schildklier (Stagnaro-Green, 2012).

Die kan twee kanten op. Eerst werkt de schildklier soms even te snel (hartkloppingen, gejaagdheid, afvallen), daarna juist te traag (moeheid, kouwelijkheid, sombere stemming, droge huid). Juist die trage fase lijkt sprekend op hoe een kraamperiode sowieso kan voelen, waardoor het makkelijk gemist wordt.

Meestal herstelt de schildklier vanzelf. Bij een deel van de vrouwen blijft de schildklier op termijn traag werken, dus een controle is zinvol als de klachten aanhouden. De huisarts kan dit met een simpele bloedprik (TSH en vrije T4) nakijken.

Wanneer trek je aan de bel?

Vertrouw op je gevoel. Je kent je eigen lichaam. Neem in ieder geval contact op met je huisarts of verloskundige als:

•  je moeheid na een paar maanden niet minder wordt, of erger,

•  je hart vaak bonst of je onverklaarbaar afvalt,

•  je somberheid of angst je dagelijks leven raakt,

•  je haaruitval extreem blijft of er kale plekken ontstaan.

Wil je zelf meer grip, dan kun je met je huisarts overleggen welke waarden passen bij jouw klachten. Wie liever eerst zelf een beeld wil, kan ook nalezen wat je na de bevalling kunt laten testen bij bloedwaarden zoals ijzer, schildklier en de belangrijkste vrouwelijke hormonen. Zie een uitslag altijd als startpunt voor een gesprek met een arts, niet als eindpunt.

Je hoeft je in het kraambed niet groot te houden. De meeste hormonale golfbewegingen zijn tijdelijk en horen bij herstel. En blijft er iets knagen, dan is het fijn om te weten dat een klein onderzoekje vaak al duidelijkheid geeft.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen medisch advies. Overleg bij klachten altijd met je huisarts of verloskundige. Bij Lunara Health worden bloeduitslagen beoordeeld door een BIG-geregistreerde arts en verwerkt via ISO 15189-geaccrediteerde laboratoria.

Bronnen

Stagnaro-Green A. Approach to the patient with postpartum thyroiditis. Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 2012. PMID 22312089.

Milman N. Postpartum anemia I: definition, prevalence, causes, and consequences. Annals of Hematology, 2011. PMID 21710167.

NHG-Standaard Schildklieraandoeningen, Nederlands Huisartsen Genootschap.

Thuisarts.nl, informatie over de periode na de bevalling.

Dit gastartikel is geschreven in samenwerking met het redactieteam van Lunara Health.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *